De Vlaamse regering hanteert sinds enkele jaren een strengere lijn: lokale besturen die adviezen van Vlaanderen naast zich neerleggen en onzorgvuldig gemotiveerde vergunningen blijven afleveren in risicogebieden, krijgen consequent een beroep aan hun broek.
Van die 143 beroepen die in 2025 werden ingediend, hadden er 141 betrekking op beslissingen van steden en gemeenten, en in twee gevallen was het de deputatie die de vergunning had afgeleverd. De meeste betwiste dossiers situeerden zich in de provincie Oost-Vlaanderen.
"Vlaanderen beschermt tegen kortzichtige beslissingen. Wie in een overstromingsrisicogebied bouwt, brengt niet alleen zichzelf in de problemen, maar creëert ook risico's voor de omgeving. Dat mogen we niet tolereren", zegt Van Looy. "Bij herhaalde en manifeste inbreuken moet een lokaal bestuur in extremis onder toezicht geplaatst worden."
Uit de praktijk van 2022 tot en met 2024 blijkt dat maar liefst 92 procent van de aangevochten dossiers uiteindelijk werd aangepast en tegemoetkwam aan de argumenten uit het beroepschrift. "In beroep gaan is nooit een doel op zich", benadrukt Van Looy. "Het dwingt vaak ook tot betere beslissingen, tot een betere, veiligere ruimtelijke ordening."